Realisatie van sport- en beweegvoorzieningen

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 74% van de gemeentelijke uitgaven aan sport gerelateerd is aan sportaccommodaties (Hoekman et al, 2019). In dit hoofdstuk zetten we op hoofdlijnen uiteen hoe een gemeente de financiering van de realisatie van sportaccommodaties vorm kan geven. In het hoofdstuk Beheer en exploitatie lees je op welke wijze een gemeente het beheer ervan kan invullen.

De financiering van sport- en beweegvoorzieningen is overwegend een lokale aangelegenheid. Immers, het zijn vaak gebouwen, speelplaatsen of velden die in een bepaalde gemeente worden gerealiseerd. De financiering ervan wordt dan ook vaak lokaal georganiseerd, waarbij gemeenten algemene begrotingsregels te volgen hebben. Er zijn uiteraard uitzonderingen. Daarover meer in ‘Regionale financiering’.

De financiële middelen voor het bouwen van een sport- of beweegvoorziening kunnen op verschillende manieren beschikbaar komen. Wel blijkt uit onderzoek dat vaak sprake is van financiering vanuit de gemeentebegroting op basis van een meerjareninvesteringsplan (Van der Poel e.a., 2016).

Andere, veel voorkomende opties zijn het financieren op basis van reserveringen (15%) en die met een (vaste) combinatie van bijdragen van gemeente, vereniging en financierder (zoals een eenderde-regeling) (15%).

Deze laatste categorie bevestigt het beeld dat is ontstaan op basis van een analyse van Mulier Instituut van de collegeprogramma’s 2014-2018: daaruit viel op te maken dat gemeenten bij het realiseren van sportaccommodaties of sportvelden vaker aanspraak doen op de gebruikers om een deel van de lasten op zich te nemen (Hoekman en Van der Bol, 2014). Hierbij valt te denken aan verplichte eigen bijdragen van verenigingen bij de aanleg of vervanging van bestaande kunstgrasvelden (Bakker en Hoekman, 2013a).

Naast bovengenoemde meer ‘traditionele’ vormen van financiering zijn er in Nederland voorbeelden van innovatieve en vernieuwende financieringsvormen. We geven in dit hoofdstuk een aantal voorbeelden: