1.1 Behoefte aan autonomie

Iedereen wil graag eigen keuzes maken en autonomie voelen. Als je zelf kunt beslissen, voel je je gemotiveerder (1). Mensen die in armoede leven, ervaren minder keuzevrijheid. Keuzes worden vaak vóór hen gemaakt, bijvoorbeeld door instanties als de gemeente of woningcorporatie. Dat kan voelen als ‘betutteling’. Zodra ‘iets moet’, verzetten mensen zich.

Dat kan ook gebeuren rondom sport en bewegen. Als mensen het gevoel hebben dat ze niet zelf mogen beslissen over wat ze gaan doen, kan hun reactie ‘verzet’ zijn. Ze kunnen het gevoel hebben dat de sport- en beweegaanbieder ’wel even komt vertellen’ dat zij moeten sporten, bewegen of gezonder moeten leven.

Ook kinderen in armoede ervaren vaak weinig keuzevrijheid. Ze kunnen niet zomaar op een sport, hebben weinig invloed op hun vrije tijd en krijgen soms spanningen van thuis mee. Door hen mee te laten denken en keuzes te geven in het aanbod, vergroot je de kans dat ze gemotiveerd raken om (weer) mee te doen.

Werken aan autonomie
    • Wees mensgericht. Alles begint bij écht luisteren naar mensen. Protocollen zijn soms rigide en passen daar niet bij. Door oprechte betrokkenheid te tonen, bouw je aan een persoonlijke relatie en een duurzame vertrouwensband (2).

 

    • Erken de weerstand. Als je merkt dat iemand zich verzet, erken dan datgene waartegen ze zich verzetten. Laten zien dat je hen begrijpt, werkt ontwapenend (3). Is iemand kortaf omdat ze niet hebben gekozen voor het gesprek? Zeg dan: “Ik snap dat het vervelend is dat [organisatie] voor jou heeft besloten dat sporten goed voor jou zou zijn.”

 

    • Geef keuzes en zeggenschap. Laat mensen zelf kiezen welk soort sport- en beweegactiviteiten zij willen doen. Laat ze ook meedenken over het aanbod.

 

    • Je mede-eigenaar voelen, verhoogt de betrokkenheid en motivatie van mensen. Sleutelfiguren kunnen hierbij ondersteunen.