2. Vertrouwen in eigen kunnen

Bij vertrouwen in eigen kunnen gaat het er niet alleen om of je objectief gezien in staat bent om iets te doen, maar vooral of je gelooft dat je het kunt. Dit noemen we zelfeffectiviteit (14). Zelfeffectiviteit speelt een belangrijke rol om deel te nemen aan sport- en beweegactiviteiten. Mensen die in armoede leven, hebben vaak weinig (positieve) ervaringen met sport uit hun jeugd en volwassen leven (5, 6, 15). Ze stellen hierdoor geen nieuwe of hogere sportdoelen. Ze hebben vaak ook minder motivatie om drempels te overwinnen; zoals het vinden van een ondersteuningsregeling voor lidmaatschapskosten.

jonge iemand die loopt
Werken aan vertrouwen in eigen kunnen
  • Laat zien dat andere kinderen en volwassenen die op hen lijken ook sporten en bewegen. Gebruik sleutelfiguren uit de wijk.
  • Laat ervaringsdeskundigen hun verhaal doen. Zoek rolmodellen die in armoede leven of hebben geleefd.
  • Stel kleine, haalbare doelen. Daardoor krijgen ze een gevoel van grip. Dit maakt beginnen makkelijker en de kans op succes is groter bij een klein doel.
  • Ondersteun bij kleine stappen. Vraag welke ondersteuning mensen prettig vinden. Misschien vinden ze het fijn dat ze thuis opgehaald worden voor een sportactiviteit, of dat jullie samen (digitaal) de sportlocatie vast bekijken.
  • Creëer succeservaringen. Zo versterk je de motivatie om door te gaan en de volgende keer een hoger doel te stellen. Wijs mensen op momenten waarop ze eerder succesvol waren (14). Geef kinderen positieve feedback op hun gedrag en niet perse op hun (sport)prestatie.
  • Gebruik de Beweegcirkel. Daarin zit ook een stap waarin je nagaat op welke momenten mensen al bewegen. Kijk of je die momenten kunt uitvergroten en framen als behaald succes.