Tips

Laat zien dat andere kinderen en volwassenen zoals zij ook sporten en bewegen.

Laat zien dat andere kinderen en volwassenen zoals zij ook sporten en bewegen. Als je iemand ziet sporten en bewegen die op jou lijkt, verhoogt dat je vertrouwen in eigen kunnen. Denk aan sleutelfiguren uit de wijk, of aan leeftijdsgenoten met een vergelijkbare achtergrond. Bijvoorbeeld je organiseert een groepsactiviteit. Zorg dan dat de deelnemers een vergelijkbare achtergrond hebben.

 

Laat ervaringsdeskundigen hun verhaal doen.

Zoek rolmodellen die in armoede leven of hebben geleefd. Zij kunnen herkenning en hoop bieden, zowel voor kinderen als voor volwassenen. Vanuit het Expertisecentrum Sterk uit Armoede kunnen ervaringsdeskundigen hun verhaal doen. Denk bij kinderen ook aan het inzetten van jongeren die net iets ouder zijn en dezelfde obstakels hebben overwonnen. Peer models werken krachtig bij jeugd.

 

Stel kleine, haalbare doelen.

Ontwikkel programma’s die aansluiten bij het niveau en de leefwereld van de mensen op wie je je richt. Denk bij kinderen aan speelse, korte opdrachten met directe beloning of erkenning. Bij volwassenen werkt het goed om sportieve of sociale doelen stap voor stap op te bouwen. Het gevoel van grip en succes hebben, is belangrijk voor het opbouwen van zelfvertrouwen.

 

Ondersteun bij kleine stappen.

Ook bij kleine stappen is ondersteuning welkom. Vraag wat iemand nodig heeft. Bij volwassenen kan dat zijn: iemand die meegaat naar een sportactiviteit, of die helpt bij het aanvragen van een regeling. Bij kinderen: een bekende volwassene die meegaat naar de eerste training, of een trainer die extra tijd maakt om nieuwkomers welkom te heten. Veiligheid en vertrouwen zijn hierbij essentieel.

 

Creëer succeservaringen.

Vier successen, hoe klein ook. Positieve ervaringen – zoals een leuke eerste training, het volhouden van een les, of een compliment van de trainer – versterken de motivatie en vergroten het vertrouwen in eigen kunnen. Blijf daarbij balanceren tussen ‘te eenvoudig’ en ‘te moeilijk’. Moedig aan op verschillende gebieden: niet alleen op sporttechnische vooruitgang, maar ook op inzet, samenwerking of het durven proberen. Wijs mensen op momenten waarop ze eerder succesvol waren, ook dat versterkt hun vertrouwen in eigen kunnen.

 

Gebruik de Beweegcirkel van Kenniscentrum Sport & Bewegen.

In deze gesprekstool zit ook een stap waarin je nagaat op welke momenten mensen al bewegen. Dit geldt voor zowel kinderen als volwassenen. Kun je dit moment uitvergroten en framen als behaald succes? Bijvoorbeeld: “Je loopt elke dag naar school – dat is al bewegen!” Zo wordt bestaand gedrag erkend, en wordt de drempel naar meer bewegen lager.