Wat is motorische ontwikkeling en waarom is het belangrijk?

Uit onderzoek blijkt dat bewegen een grote invloed heeft op de motorische ontwikkeling. Het is belangrijk dat een kind zich motorisch goed ontwikkelt, het is namelijk de basis voor de bewegingen die we gebruiken in het dagelijks leven.

De basis voor goede motorische ontwikkeling wordt al in de eerste zes maanden gelegd! Vroeg beginnen is dus vroeg winnen.

Relatie motorische vaardigheden en beweeggedrag

Wist je dat de motorische vaardigheden van kinderen de afgelopen jaren erg achteruit zijn gegaan? En dat heeft zo zijn gevolgen. Goed ontwikkelde motorische vaardigheden zijn van belang bij deelname aan sport- en spelactiviteiten in de kinderjaren én op latere leeftijd. Al op vierjarige leeftijd is een duidelijke relatie te zien tussen de fundamentele motorische vaardigheden en beweeggedrag: kinderen die minder motorisch vaardig zijn, bewegen minder. Verder laat onderzoek zien dat jonge kinderen met motorische achterstand ook later in de kindertijd en op volwassen leeftijd minder bewegen en een grotere kans op overgewicht hebben.

Maar hoe werkt dat dan, je motorisch ontwikkelen? 

De motorische vaardigheden van een kind ontwikkelen zich door de interactie van drie zaken:

  • Interne factoren: de lichamelijke en psychologische eigenschappen van het kind
  • Mate van oefenen: de mate van bewegen en deelname aan sport en bewegen
  • Externe factoren: zoals gewoontes in het gezin, beschikbaarheid en veiligheid van sport- en spelfaciliteiten

Al deze factoren hangen nauw met elkaar samen en beïnvloeden elkaar ook onderling. Je zet het makkelijkst in op externe factoren of op de mate van oefenen. Bij externe factoren kun je denken aan speelgoed dat uitdaagt tot bewegen. Maar ook aan welke gewoontes er zijn binnen de kinderopvang of thuis die stimuleren tot bewegen. Zitten de kinderen tijdens het dagelijkse kringgesprek op de opvang allemaal stil, of mogen ze staan en bewegen? Dat zijn simpele aanpassingen binnen gewoontes om kinderen meer in beweging te krijgen. Herhaling en variatie van bewegen is erg belangrijk. Wissel verschillende beweegspelletjes en beweegactiviteiten af, zodat kinderen veel verschillende bewegingen oefenen. Herhaal ze regelmatig, zodat ze er vaardig in worden. 

Model Stodden

Het model van Stodden geeft de relatie tussen motorische vaardigheid en de mate van fysieke activiteit weer. Het model laat zien dat deze relatie voor de vroege jeugd (jonger dan 8 jaar) anders is dan voor late jeugd (8 jaar en ouder). Bij de vroege jeugd ontwikkelt de algemene motorische vaardigheid zich vooral door fysieke activiteit. Hoe meer een kind fysiek actief is, hoe beter de motorische vaardigheid zich ontwikkelt. Een divers aanbod van activiteit leidt tot een bredere motorische ontwikkeling. Het model laat ook zien dat voor de vroege jeugd de zelfwaargenomen competentie (geloof in eigen kunnen) belangrijk is voor de motorische ontwikkeling. Hoe groter het geloof in het eigen motorische kunnen, hoe actiever kinderen zijn en hoe meer de motorische vaardigheid zich kan ontwikkelen. Het daadwerkelijk motorische niveau is hierbij veel minder van belang. Daarnaast zijn zowel fysieke activiteit, als motorische vaardigheid belangrijk voor de gezondheidsgerelateerde fitheid.

Deze relatie kantelt rond een jaar of 7/8. Dat wordt juist de motorische vaardigheid van kinderen steeds belangrijker voor hoe actief kinderen zijn en is voor een groot deel bepalend hoe motorisch vaardig kinderen zichzelf inschatten. En dat laatste zorgt weer voor minder deelname aan sport en bewegen, waardoor de motorische vaardigheid steeds verder achterop raakt in vergelijking met actievere kinderen. Dit leidt tot een negatieve spiraal van inactiviteit. Het is daarom extra belangrijk om juist op jonge leeftijd kinderen veel en divers te laten bewegen, om zo de kans op een positieve spiraal van meedoen te vergroten.

 

terug verder