5.1 Voorbeelden van bewegen en beweegactiviteiten

Bijna alle takken van sport zijn geschikt, zolang je de activiteit aanpast aan het niveau van een persoon met dementie. Denk bijvoorbeeld aan Walking Football, een variant op voetbal waardoor mensen met een beperking ook kunnen blijven voetballen. Het belangrijkste is dat men plezier heeft. Mensen met dementie willen een gevoel van eigenwaarde behouden en ergens plezier in hebben. Een beweegmoment of beweegactiviteit draait niet om prestatie, maar moet wel voldoende uitdagen, waarbij het niet te moeilijk of juist te makkelijk is47. Te ingewikkelde of eenvoudige activiteiten kunnen frustratie en boosheid oproepen46.

Hieronder delen we voorbeelden van praktische beweegmomenten, beweegoefeningen en beweegaanbod die je individueel of in groepsverband kunt uitvoeren met mensen met dementie. We maken onderscheid in:

  • Functionele beweegmomenten voor op de dag (met name voor naasten, casemanagers, wijkverpleging, sociaal werkers en begeleiders van ontmoetingscentra)
  • Doelgerichte beweegoefeningen (met name voor (geriatrie)fysiotherapeuten, ergotherapeuten, buurtsportcoaches, sportprofessionals, sociaal werkers en begeleiders van ontmoetingscentra)
  • Speciaal ontwikkeld beweegaanbod (geldt voor elke professional, maar de rol verschilt wel)

5.1.1 Functionele beweegmomenten

Dagelijkse klusjes (functionele handelingen) zijn vaak nog goed opgeslagen in het geheugen. Mensen met dementie deze klusjes zelfstandig laten uitvoeren of heb hierbij helpen geeft hen een goed gevoel en heeft een positief effect op hun kwaliteit van leven22. Denk aan:

  • lichamelijke verzorging: zoveel mogelijk zelf wassen en afdrogen, haren kammen, veters strikken, tandenpoetsen of aan- en uitkleden;
  • zelfstandig naar het toilet lopen;
  • eten opscheppen en brood smeren;
  • klusjes zoals tafeldekken en afruimen, vaatwasser in- en uitruimen, was opvouwen, planten water geven of opruimen;
  • aardappels schillen, groenten wassen of roeren in de pan.

Daag mensen met dementie uit om vaker op te staan door hen aan te sporen bepaalde activiteiten te doen, samen of zelfstandig. Denk aan:

  • boodschappen doen en opruimen;
  • post uit de brievenbus halen;
  • spel uit een kast laten pakken en weer opruimen na het spelen;
  • glas water of iets te eten pakken;
  • onderhouden van de tuin, zoals planten water geven of de tegels vegen.

5.1.2 Doelgerichte beweegoefeningen

Onderstaande oefeningen trainen verschillende spiergroepen, zowel staand als zittend. De oefeningen verbeteren de balans, spierkracht en lenigheid. Je vindt achtereenvolgens oefeningen voor sterke benen, een sterk bovenlichaam, balans en flexibiliteit.

 

Sterk bovenlichaam
balans
flexibiliteit

 

Sterke benen

Sterke benen helpen om balans te houden en vallen te voorkomen. Zo kan iemand dagelijkse dingen zelfstandig blijven doen, zoals wandelen, traplopen en boodschappen doen.

1. Op de tenen staan

Doel: kuitspieren versterken

Dit levert het op: beter kunnen (trap)lopen en in balans blijven

 

2. Zijwaarts heffen

Doel: bilspieren en spieren aan de buitenzijde van het bovenbeen versterken

Dit levert het op: beter zijwaarts kunnen stappen en in balans blijven

 

3. Been strekken

Doel: spieren aan de voorkant van het bovenbeen versterken

Dit levert het op: beter kunnen opstaan, lopen en in balans blijven

 

4. Achterwaarts heffen

Doel: spieren aan de achterkant van het bovenbeen versterken

Dit levert het op: beter kunnen lopen

 

5. Op staan uit stoel

Doel: bilspieren en spieren aan zowel de voorkant als achterkant van het bovenbeen versterken

Dit levert het op: beter kunnen opstaan uit bed of de stoel