Beweegtips in de dagelijkse zorg

OuderenzorgMeer bewegen en activering begint dichtbij. Als verzorgende, als AB-er, als vrijwilliger ben je de meest belangrijke factor om bewoners in beweging te krijgen. En dat kan met kleine stapjes. In dit document staan heel veel tips om direct mee te starten. Kies die tips die het beste bij je passen, probeer ze en zorg dat deze beweegtips je eigen worden. Hang tips op om andere te stimuleren. Jij maakt het verschil!


Deze tips zijn verzameld door ervaringen uit de praktijk, brainstormsessies tijdens workshops en bijeenkomsten en in de werkplaats samen met de medewerkers van Scala en de Makroon van Amstelring. Dit document is ook mede tot stand gekomen door Nettie Verduyn, medisch eindverantwoordelijke specialist ouderengeneeskunde bij Pieter van Foreest. Veel beweegplezier!


Beweeg-, doe- en sta-op-momenten
30 minuten bewegen per dag is ideaal, maar zeker niet altijd haalbaar. Niet alleen fysiek, maar ook praktisch niet altijd haalbaar. Streef naar meerdere beweeg-, doe- en sta-op-momenten per dag. Wat zijn voorbeelden van beweeg-, doe- en sta-op-momenten:

  • Het opstaan om een ding (de krant) te pakken. Leg dus niet de krant dichtbij de bewoners, maar leg de krant in het zicht op een tafeltje waar naartoe gelopen kan worden.
  • Zet een bewoner in om een andere bewoner te helpen bij iets of iets te pakken.
  • Vraag de bewoner om de plantjes water te geven.
  • Zijn of haar kopje op het aanrecht te zetten.
  • Veel huishoudelijke klusjes zijn hier voor te gebruiken (denk ook aan was opvouwen, heeft men zoveel jaren gedaan, dat zit wellicht nog in het automatische systeem).
  • Boodschappen doen / post wegbrengen.
  • Zet de koffie niet vlak voor iemands neus, maar meer midden op tafel. lijkt een kleine beweging, maar het is meer beweging dan wanneer het kopje dichtbij staat.Plantjes water geven

 

Informeer bij de bewoner en familie wat de beweeghistorie van je bewoner is. Is er geen beweeghistorie, vraag dan naar wat de bewoner in zijn/haar vrije tijd deed. Ook andere activiteiten brengen de bewoner fysiek of/en mentaal in beweging. Kijk of het bestaande aanbod bij de bewoner past of zoek mogelijkheden om het extra te organiseren (met familie of een vrijwilliger).

Vraag naar wat de bewoner leuk vindt (blij van wordt) om te doen (denk hierin breed, ook knutselen geeft beweging).  

Bij de dieren-speciaalzaak kun je een lampje met muis kopen. Dit lampje kun je aan en uit klikken. “meneer Jansen, er zit een muisje op uw arm”, “nu loopt het muisje over uw been, oeps hij zit nu op tafel. Veegt u hem weg?” Wat denkt u dat er gebeurt?
Het lijkt op een vorm van de tovertafel, maar dan in het klein. Een medewerker verzorging van Scala Amstelring gebruikt dit lampje regelmatig voor haar dementerende bewoners. Omdat spelletjes doen er niet altijd meer in zit. Het lampje brengt de bewoners een beetje in beweging, ze lachen om het muisje en het geeft ook een persoonlijk aandachtsmoment.


Zorg voor een pakket spelmateriaal (beweegbox) voor uw huiskamer met voorbeelden/ instructies hoe deze te gebruiken zijn. Zet deze in het zicht. Stimuleer familieleden en vrijwilligers om deze materialen steeds te gebruiken.

Vanuit de bewegingsgerichte zorg – gedachten
Zorg ervoor dat wanneer een bewoner lichamelijk of mondeling aangeeft te willen gaan bewegen je direct de kans waarneemt om ook met de bewoner te gaan bewegen. Bijvoorbeeld: de bewoner zit te wiebelen op de stoel of je ziet aan de houding dat een bewoner bezig is om op te gaan staan. Zeg dan nooit dat de bewoner moet blijven zitten omdat jij een andere bezigheid in je gedachten hebt om met de bewoners te doen maar zorg ervoor dat je de bewoner dan ook uitnodigt om te gaan bewegen door even door de huiskamer te gaan lopen. Ook kan je de bewoner uitnodigen zelf een rondje over de afdeling te lopen of aan een collega vragen even met de bewoner een stukje te gaan lopen.

Zorg dat de bewoner gestimuleerd wordt om de ADL zoveel mogelijk zelf te doen.  Je neemt pas een handeling over als stimuleren of begeleiden niet meer helpt.

Was opvouwen
Kijk of een handeling die jij automatisch voor een bewoner uitvoert door de bewoner of een medebewoner zelf gedaan kan worden. Bijvoorbeeld een bewoner heeft suiker in de koffie: vraag de bewoner om zelf de suiker te pakken en in de koffie te doen. Wanneer de betreffende bewoner dit niet zelf kan vraag je het aan een medebewoner die aan tafel zit.

Wanneer een bewoner uit zich zelf niet zal bewegen doe dan de beweging voor. Bijvoorbeeld een bewoner heeft koffie voor zich staan maar pakt de koffie zelf niet op. Ga dan aan tafel zitten bij de bewoner en neem zelf een kop koffie en pak het kopje en zeg: ”Lekker zo’n kopje koffie”. Drink zelf de koffie en je zult zien dat de bewoner in veel gevallen jou na zal gaan doen en zelf ook zijn/haar kopje op zal pakken om het op te gaan drinken.

Probeer zoveel mogelijk loop-momenten binnen de afdeling te creëren. Bijvoorbeeld een bewoner kan eigenlijk niet helemaal zelf naar het toilet lopen maar wel een stukje richting het toilet lopen. Neem dan de bewoner dat stukje mee richting toilet en biedt daarna een rolstoel aan om verder naar het toilet te komen. Doe dat ook op de terugweg.

Denk ook aan mogelijkheden buiten de afdeling waarbij je bewoners die kunnen lopen kunt meenemen. Houd hierbij de gouden regel vast met het team: nooit de afdeling verlaten om iets te gaan halen zonder bewoners. Zo kun je de boodschappen vanuit de keuken met bewoners gaan halen. Ook zijn wij geneigd om telefonisch advies aan collega’s te vragen. Probeer niet te bellen maar loop met bewoners naar je collega om de vraag te stellen.

Ga bij mooi weer zoveel mogelijk de dagelijkse activiteiten in de tuin ondernemen zoals ontbijten, koffie drinken, lunchen of dineren en loop dan natuurlijk met de bewoners naar de tuin.

Loop eens met een bewoner naar de geloofsruimte/stiltecentrum om een kaarsje aan te steken.

Dammen
Verzin zoveel mogelijk activiteiten die ervoor zorgen dat bewoners uit zich zelf gaan bewegen. Bijvoorbeeld neem verjaardagskaarten in enveloppen en leg deze enveloppen op tafel. Pak een envelop en haal de kaart eruit om aan bewoners te laten zien. Nodig hierbij de bewoners uit om de andere kaarten uit de enveloppen te halen en te bekijken. Zelf stop je de eigen kaart weer terug in de enveloppe en pak je een volgende kaart. Je zult zien dat de bewoners ook mee gaan doen. Tevens brengen de kaarten gespreksstof en herinneringen teweeg wat een gezellige sfeer met zich mee brengt.


Wanneer je een leuke activiteit bedenkt kan het zijn dat de bewoners geen zin hebben. Accepteer dit en probeer uit te vinden waar de bewoners wel zin in hebben.