4.2 Motiveren om te gaan bewegen

Iemand met dementie stimuleren om te bewegen gaat het beste via het netwerk van diegene44. Denk aan naasten, huisarts en/of praktijkondersteuner, casemanager, wijkverpleegkundige en sociaal werker. Ook een Alzheimer café kan onderdeel van het netwerk zijn. Belangrijk daarbij is dat de verschillende mensen in dit netwerk dezelfde boodschap uitdragen over het belang van bewegen en deelname aan beweegactiviteiten.

Wil je iemand met dementie verleiden om deel te nemen aan een beweegactiviteit, gebruik dan de term ‘actief zijn’ in plaats van ‘bewegen’. Benoem daarnaast positieve associaties van actief zijn, zoals zelfredzaam blijven, goed voor de gezondheid, lekker naar buiten gaan en (nieuwe) mensen ontmoeten. Ook het gebruik van muziek kan een positief effect hebben op het activeren en motiveren van mensen met dementie om in beweging te komen. Mensen die weinig initiatief of twijfel hebben om deel te nemen, kun je soms beter directief benaderen en aankondigen dat ze gaan wandelen of mee gaan doen met een beweegactiviteit. Het kan helpen om een doel te geven om in beweging te komen, zoals een boodschap doen. Het belonen van bewegen kan bijdragen aan het stimuleren van gewenst gedrag. Dit wordt ook wel operant leren genoemd45.

Motiveren tijdens de beweegactiviteit

De prikkelverwerking van mensen met dementie is een belangrijk aandachtspunt. Overprikkeling kan ervoor zorgen dat het gedrag verandert en iemand onrustig en boos wordt. Om dit te voorkomen is het aanbevolen om met een kleine groep in een rustige omgeving te werken, waarbij er vaste gezichten en routines zijn. Tijdens de beweegactiviteit is rustige, heldere en eenduidige communicatie belangrijk met daarbij duidelijke aanwijzingen. Deel oefeningen op in kleine stapjes: leg de oefening stap voor stap uit, herhaal je uitleg en doe de oefening een paar keer voor. Zet mensen die de oefening sneller begrijpen vooraan, zodat degenen die wat meer moeite hebben daar een voorbeeld aan kunnen nemen. Visuele ondersteuning, zoals pictogrammen of foto’s, kan mensen met dementie helpen de activiteit beter te begrijpen en herkennen.

Als je mensen met dementie iets vraagt, duurt het soms wat langer voordat je antwoord krijgt. Blijf dan geduldig en vul niet te snel iets voor iemand in, geef de tijd om een antwoord te bedenken en te reageren. Realiseer je tot slot dat deelnemers in een groep behoorlijk kunnen verschillen. Deelnemers met angstklachten of onzekerheid kunnen bijvoorbeeld meer behoefte hebben aan vaste routines en het krijgen van bevestiging dat ze iets goed doen. Zorg dan ook voor een positieve benadering en geef complimenten of beloningen tijdens de beweegactiviteit.

Wil je leren hoe je iemand met dementie herkent, en hoe je goed met diegene omgaat? Doe de gratis online training van Samen dementievriendelijk of volg deze themabijeenkomst specifiek voor (sport)verenigingen.