Mensen met dementie bewegen vaak weinig en beduidend minder dan leeftijdsgenoten zonder dementie. Dit verschil geldt voor zowel licht intensief als zwaar intensief bewegen. Zwaar intensief bewegen leidt tot zwaarder ademhalen, hijgen en moeilijker praten. Mensen met dementie bewegen 0,8 uur per week matig tot zwaar intensief, tegenover 1,5 uur per week bij leeftijdsgenoten zonder dementie19. Voor licht tot matig intensief bewegen, waarbij een verhoogde hartslag of versnelde ademhaling ontstaat, is het verschil 2,7 uur versus 3,5 uur19.
De beweegrichtlijnen
De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert hoeveel en welk type beweging nodig is voor een goede gezondheid. Voor mensen met dementie geldt dezelfde beweegrichtlijn als die voor senioren in het algemeen:
De beweegrichtlijnen
- Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
- Doe minstens 150 minuten per week aan matig of zwaar intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
- Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor senioren gecombineerd met balansoefeningen.
- En: voorkom veel stilzitten.
Bepaal samen wat haalbaar is
Lukt het mensen met dementie niet om te voldoen aan de beweegrichtlijnen, dan is het belangrijk dat ze veilig en met regelmaat bewegen. Bewegen heeft namelijk altijd positieve effecten op de gezondheid, ook wanneer iemand minder beweegt dan de beweegrichtlijnen aangeven. Wanneer iemand van ‘helemaal niet bewegen’ naar ‘een beetje bewegen’ gaat, zorgt dit al voor een eerste grote gezondheidswinst5.